ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0020
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens frauduleuze lening
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 17 december 1999 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd ten aanzien van de schuldenaar X. De schuldenaar had een schuld van 61.130,79 gulden, waaronder een flexibel krediet van 50.000 gulden bij de ABN/AMRO-bank. Tijdens de zitting verklaarde de schuldenaar dat deze lening was verkregen op basis van vervalste loonstroken door zijn toenmalige werkgever en dat hij wist dat hij op grond van zijn inkomen en dienstverband niet in aanmerking kwam voor deze lening.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar niet te goeder trouw was bij het ontstaan van deze schuld en dat hij zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen door dit niet te melden tijdens het verzoek tot schuldsanering. Dit was van belang voor de beoordeling van het verzoek. De schuldenaar had uit eigen beweging melding moeten maken van de frauduleuze achtergrond van de lening.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op 150 gulden exclusief omzetbelasting en bepaalde dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de Staat komen. De schuldsaneringsregeling werd daarom tussentijds beëindigd en het faillissement van de schuldenaar werd uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens frauduleuze lening en spreekt het faillissement uit.