ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5154
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- G.W.K. van der Valk Bouman
- Rechtspraak.nl
Toepassing lijfsdwang voor onbetaalde belastingschulden ondanks psychische omstandigheden
De rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding waarin de Ontvanger van de Belastingdienst vorderde dat twee dwangbevelen voor belastingaanslagen over 1989 en 1991 door lijfsdwang ten uitvoer kunnen worden gelegd. De aanslagen betreffen een bedrag van ruim 272 miljoen gulden inclusief boete en rente.
[Gedaagde], veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en inmiddels gedetineerd wegens niet-betaling van een boete, voerde verweer dat hij psychisch niet in staat was om aan de belastingdienst opgave te doen van zijn financiële situatie. Tevens stelde hij dat de aanslagen niet onherroepelijk waren en dat hij geen kansloze termijnoverschrijding kon worden verweten.
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] wel degelijk op de hoogte was van de aanslagen en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen financiële middelen had. Het verblijf in een zwaar regime had wel psychische gevolgen, maar dat maakte niet dat hij niet in staat was om medewerking te verlenen. De vrees dat hij Nederland zou verlaten werd niet geloofd.
De rechtbank stelde dat lijfsdwang, ondanks het ingrijpende karakter, toelaatbaar is omdat [gedaagde] zonder dit dwangmiddel niet zal overgaan tot betaling of het verstrekken van relevante informatie. De gevorderde voorziening werd daarom verleend met een maximumduur van een jaar. [Gedaagde] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank staat lijfsdwang toe voor twee dwangbevelen belastingaanslagen 1989 en 1991 met een maximumduur van een jaar.