Uitspraak
1.Redengevende feiten en omstandigheden
f384.352.788,= (inclusief boete) en een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1991 van
f152.358.171,= (inclusief boete), beide gedagtekend 31 december 1994.
f173.978.134,= respectievelijk
f84.659.051,= aldus in totaal tot
f272.174.089,= onmiddellijk na de betekening van dat vonnis door lijfsdwang ten uitvoer kunnen worden gelegd, door de verdachte in gijzeling te nemen voor de duur van maximaal een jaar. [1]
“naar genoegen van de fiscus”openheid van zaken kan geven. Tevens is verzocht om de verdachte in de gelegenheid te stellen zijn zoon en dochter te bezoeken op hun verjaardagen.
“official power of attorney”alvorens de verzochte inlichtingen te kunnen verschaffen. Het gevraagde document heeft de raadsman van de verdachte bij brief van 9 juni 2000 aan de genoemde bank gestuurd. Diezelfde dag heeft hij de Canadian Imperial Bank of Commerce Trust te Nassau nogmaals verzocht te reageren op zijn brief van 11 mei 2000.
geen informatie aan de Ontvanger heeft verstrekt, zodat daarmee de rechtmatigheid van de gijzeling is gegeven. (…) [verdachte] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat hij in de feitelijke onmogelijkheid verkeert om te voldoen aan de veroordeling tot het verstrekken van inlichtingen en gegevens aan de Ontvanger omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie. Nu [verdachte] die inlichtingen en gegevens niet heeft verstrekt bestaat er dan ook nog steeds grond voor de gijzeling en kan niet worden gezegd dat deze het karakter van strafoplegging draagt.”
2.Het wettelijk kader
3.Het ne bis in idem-beginsel
De classificatie naar nationaal recht
De aard van de overtreding (“the offence”)
De aard en ernst van de straf die op het spel staat