ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5305
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling in zaak wapenhandel met schending procesorde
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 maart 2000 een strafzaak tegen verdachte, waarin hij werd beschuldigd van het medeplegen van wapenhandel. De verdediging voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schendingen van het vertrouwensbeginsel en onzorgvuldig handelen, waaronder het openbaar worden van zijn naam en het afbreken van beschermingsmaatregelen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel sprake was van een schending van de procesorde, deze niet zodanig was dat het recht op een eerlijk proces was aangetast. Er werd een gedeeltelijk gesloten behandeling toegestaan, waarbij verdachte zijn verweer kon voeren. De verdediging stelde ook dat verdachte handelde binnen een afspraak met het Openbaar Ministerie, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met anderen een grote hoeveelheid wapens en munitie illegaal in bezit had, waarbij sprake was van wapenhandel en betrokkenheid bij vuurwapens van categorie II en III. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden, waarbij rekening werd gehouden met de geleden schade door de media-aandacht en de gedeeltelijke openbaarmaking van het gesloten gedeelte van de behandeling.
Daarnaast werden de in beslag genomen wapens en munitie onttrokken aan het verkeer. De rechtbank sprak verdachte vrij van een ander ten laste gelegd feit dat niet wettig en overtuigend was bewezen. De strafoplegging weerspiegelt de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van wapenhandel.