ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7422
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring bewezen opzettelijk niet voldoen aan vordering tot verstrekking digitale gegevens
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 oktober 2000 uitspraak gedaan in de zaak tegen Stichting verdachte wegens het opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens artikel 551 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De vorderingen waren gedaan door politieambtenaren belast met opsporing en betroffen het verstrekken van gegevens over de identiteit van de houder van een e-mailadres.
De Stichting heeft geweigerd aan deze vorderingen te voldoen, stellende dat de gegevens digitaal waren en dat een rechter-commissaris de vordering had moeten doen. De rechtbank oordeelde dat deze weigering opzettelijk was en dat de vordering rechtmatig was. Hoewel aannemelijk werd geacht dat het niet mogelijk was om aan de vordering te voldoen, had de Stichting zich niet op onmogelijkheid beroepen maar bewust geweigerd, waarmee het onderzoek werd belemmerd.
De rechtbank verklaarde het bewezen dat de Stichting het feit heeft begaan en strafbaar is, maar besloot geen straf of maatregel op te leggen. Dit vanwege het tijdsgewricht waarin internetopsporing nog in de kinderschoenen stond, het feit dat de Stichting later medewerking verleende, en het tijdsverloop in de procedure. Tevens werd meegewogen dat de gevorderde gegevens digitaal beschikbaar waren, wat de uitvoering bemoeilijkte.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar verklaard voor opzettelijk niet voldoen aan een vordering, maar er is geen straf opgelegd.