ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7477
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. Kist
- B.J. van Ettekoven
- M.A. Broekhuis
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en toezicht op RTL4 en RTL5 onder Nederlandse Mediawet bevestigd
De rechtbank Amsterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseressen, HMG en CLT, bezwaar maakten tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media dat HMG als verantwoordelijke omroeporganisatie voor RTL4 en RTL5 wordt aangemerkt en onder Nederlands toezicht valt.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van de Europese omroeprichtlijn en de Nederlandse Mediawet, met name de vraag welke lidstaat bevoegd is toezicht te houden op de programma's. Verweerder stelde dat HMG, gevestigd in Nederland en Luxemburg, het centrum van de activiteiten vormt en de redactionele verantwoordelijkheid draagt, terwijl eiseressen stelden dat CLT in Luxemburg de eindverantwoordelijke is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het onderzoek adequaat had uitgevoerd, dat de redactionele functies bij HMG in Nederland worden uitgeoefend en dat de feitelijke situatie sinds eerdere uitspraken was gewijzigd door samenwerking met Veronica en gewijzigde regelgeving. Het bezwaar dat artikel 4:8 Awb Pro niet was nageleefd werd verworpen omdat herstel in de bezwaarfase mogelijk was.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat dubbele rechtsmacht ontstond en bevestigde dat de Mediawet en richtlijn correct waren toegepast. De overgangstermijnen voor het aanvragen van toestemming werden als toereikend beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het gedoogbesluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van HMG en CLT tegen het toezichtbesluit van het Commissariaat voor de Media werd ongegrond verklaard.