ECLI:NL:RBAMS:2000:AF0025
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens onjuiste verklaring minnelijke regeling
Verzoeker had een schuld aan de Fortis Bank en enkele kleinere schulden, met een netto maandinkomen en aflossingscapaciteit. Hij vroeg hulp aan het Schuldhulp Bureau Amsterdam Zuid Oost voor het minnelijke traject onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
Het bureau vroeg de Fortis Bank om een opgave van de vordering, opschorting van invorderingsmaatregelen en het stopzetten van rente- en kostenberekening. De bank stemde in met opschorting maar weigerde het stopzetten van rente en kosten. Het bureau gaf daarop een verklaring af dat het minnelijke traject was mislukt omdat de bank niet akkoord ging.
De rechtbank oordeelde dat het bureau ten onrechte aannam dat de bank niet bereid was tot regeling, terwijl de bank juist wachtte op een voorstel van het bureau en bereid was tot regeling. De weigering om rente en kosten stop te zetten was onvoldoende reden om het traject als mislukt te beschouwen.
Daarom was de verklaring onjuist en ontbrak een juiste verklaring zoals vereist in artikel 285 Faillissementswet Pro. Het verzoekschrift voldeed niet aan de vereisten van artikel 255 Faillissementswet Pro en verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste verklaring dat het minnelijke traject was mislukt.