ECLI:NL:RBAMS:2001:AB0006
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- C.J. Laurentius-Kooter
- K.A. Brunner
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden van de raadkamer rechtbank Amsterdam
Op 25 januari 2001 diende een verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechters Bauduin, Kist en Van Peijpe van de rechtbank Amsterdam. Dit verzoek volgde op een eerder wrakingsverzoek tegen andere rechters van dezelfde rechtbank. De verzoeker stelde dat uit uitlatingen van de President van de rechtbank, zoals weergegeven in een artikel in de Volkskrant, een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van alle leden van de rechtbank voortvloeit.
De rechtbank overwoog dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende grond opleveren voor het vermoeden van vooringenomenheid. De uitlatingen van de President konden niet worden toegerekend aan de individuele rechters, aangezien de President geen hiërarchische bevoegdheid heeft over de leden van het college.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin werd gesteld dat wraking van een geheel college niet in overeenstemming is met de wet, ook al kunnen extreme omstandigheden dit rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van dergelijke omstandigheden wees de rechtbank het wrakingsverzoek af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door voorzitter G.H. Marcus en rechters C.J. Laurentius-Kooter en K.A. Brunner.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters Bauduin, Kist en Van Peijpe wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.