ECLI:NL:RBAMS:2001:AD4037
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag op grond van Wet Beperking Export Uitkeringen niet in strijd met internationale verdragen
Eiser, een genaturaliseerde Nederlandse vluchteling uit Afghanistan, verzocht kinderbijslag voor zijn in Pakistan verblijvende kinderen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, weigerde de uitkering over het vierde kwartaal van 1999 en vanaf het eerste kwartaal van 2000 op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet Beperking Export van Uitkeringen (Wet BEU).
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn gezin in Pakistan had onderhouden in het vierde kwartaal van 1999, waardoor de onderhoudseis niet was voldaan. Voor de periode vanaf 2000 oordeelde de rechtbank dat de Wet BEU een legitiem doel nastreeft, namelijk het verbeteren van de controle op rechtmatigheid van uitkeringen buiten Nederland, en dat de gekozen middelen proportioneel zijn.
Eisers beroep op artikel 4 en Pro 6 van Verdrag nr. 118 van de Internationale Arbeidsorganisatie en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten werd verworpen. De rechtbank stelde dat deze bepalingen geen directe werking hebben die de nationale wetgeving ondermijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard en de weigering bevestigd.