ECLI:NL:RBAMS:2001:AD5015
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Peijpe
- R.B. Kleiss
- A. van Sonsbeeck
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens vrijheidsontneming en tbs-passant status
Eiser, veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs als bedoeld in artikel 37a of 37b WvSr, was na zijn straf als tbs-passant geplaatst in verschillende penitentiaire inrichtingen. Verweerder beëindigde zijn WAO-uitkering per 1 juni 2000 op grond van de Wet Socialezekerheidsrechten Gedetineerden (WSG), die bepaalt dat uitkeringen worden ingetrokken indien de rechthebbende rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
Eiser stelde primair dat hij ten onrechte als gewone gedetineerde werd behandeld en dat zijn situatie onder de uitzonderingen van de Wet Bopz viel. Subsidiair voerde hij aan dat het besluit in strijd was met artikel 26 IVBPR Pro wegens ongerechtvaardigd onderscheid en dat de intrekking met terugwerkende kracht onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat een tbs als bedoeld in artikel 37a of 37b WvSr niet valt onder de uitzonderingen van de Wet Bopz en dat het onderscheid tussen verschillende vormen van vrijheidsontneming gerechtvaardigd is. Ook werd geoordeeld dat de intrekking niet onrechtmatig was omdat eiser voldoende op de hoogte was van de beëindiging per 1 juni 2000.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WAO-uitkering per 1 juni 2000 bevestigd.