ECLI:NL:RBAMS:2001:AD6127
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten nachtdiensten in Grenshospitium wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering
Verzoekers, werkzaam als penitentiair inrichtingswerkers, werden bij besluiten van 31 mei 2001 opgedragen nachtdiensten te draaien in het Grenshospitium, waar asielzoekers verblijven. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze opdracht en verzochten om een voorlopige voorziening. De president van de rechtbank had eerder een voorlopige voorziening toegewezen die de uitvoering van de besluiten opschortte.
Verzoekers stelden dat verweerder niet bevoegd was om hen deze werkzaamheden op te dragen op grond van artikel 58, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), omdat dit artikel niet bedoeld is voor het opleggen van andere werkzaamheden aan hele groepen ambtenaren. Daarnaast voerden zij aan dat onvoldoende rekening was gehouden met hun persoonlijke omstandigheden en dat de besluiten onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd waren.
De rechtbank oordeelde dat het draaien van nachtdiensten in het Grenshospitium niet tot de functie van verzoekers behoort en dat verweerder daarom niet bevoegd was om op grond van artikel 58 ARAR Pro deze werkzaamheden op te leggen. Tevens ontbrak een deugdelijke motivering van de besluiten. De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het gestorte griffierecht aan verzoekers. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af.