ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3473
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag bij verblijf van kinderen in het buitenland zonder verdrag
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank om de kinderbijslag voor haar dochters, die in India verblijven, te beëindigen. Zij stelde dat dit besluit inbreuk maakte op haar eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het discriminatoir was volgens artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
De rechtbank oordeelde dat het recht op kinderbijslag niet valt onder het eigendomsbegrip van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, omdat er geen sprake is van premiebetaling aan een sociaal verzekeringssysteem. Dit volgt uit jurisprudentie van het EHRM, waaronder het Gaygusuz-arrest. De rechtbank vond het onderscheid dat de wet maakt redelijk en proportioneel, mede omdat internationale verdragen over kinderbijslag met India ontbreken.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen verboden discriminatie is op grond van artikel 26 IVBPR Pro, ondanks dat niet-EU verzekerden zonder verdrag zwaarder worden getroffen. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding niet behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van kinderbijslag voor in India verblijvende kinderen wordt ongegrond verklaard.