ECLI:NL:RBAMS:2002:AE9953

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/118064-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 2 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bestuurder vrachtauto na aanrijding met bromfietser in Naarden

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte, bestuurder van een vrachtauto, die betrokken was bij een aanrijding met een bromfietser in Naarden. Verdachte wilde linksaf slaan van de Churchillstraat naar de Aalscholverstraat en reed met circa 35 km/u. Het slachtoffer reed harder dan toegestaan met haar bromfiets.

Er waren twee mogelijke scenario's: het slachtoffer wilde rechtdoor rijden en haalde de vrachtauto links in nadat deze al was begonnen met afslaan, wat in strijd is met het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; of het slachtoffer wilde ook linksaf slaan en had dan achter de vrachtauto moeten blijven rijden. In beide gevallen was er geen aanwijzing dat verdachte het slachtoffer had kunnen opmerken om een aanrijding te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat geen straf of maatregel was opgelegd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/118064-01
Datum uitspraak: 5 november 2002
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank in het arrondissement Amsterdam, vijfde meervoudige kamer B, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te Naarden op 8 september 1961,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres
[adres] en aldaar feitelijk verblijvende.
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
22 oktober 2002.
1. Telastelegging.
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht.
De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen.
-----
3. Waardering van het bewijs.
Verdachte reed als bestuurder van een vrachtauto over de Churchillstraat in Naarden en wilde linksaf de Aalscholverstraat inrijden. Verdachte reed met een snelheid van circa 35 kilometer per uur. Gelet op de verklaring van getuige [getuige], alsmede gelet op de inhoud van het proces-verbaal ongevalsanalyse, acht de rechtbank het aannemelijk dat het slachtoffer met haar bromfiets harder reed dan was toegestaan. Er is geen aanwijzing dat het slachtoffer links naast de vrachtwagen is opgedoken zodat verdachte haar had kunnen opmerken in zijn spiegels.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komen twee mogelijke lezingen van de feiten naar voren.
In de eerste lezing was het slachtoffer voornemens om rechtdoor te rijden. Ingevolge artikel 11, tweede lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 worden bestuurders die links voorgesorteerd hebben en te kennen hebben gegeven dat zij naar links willen afslaan, rechts ingehaald. In casu heeft verdachte te kennen gegeven dat hij linksaf wilde slaan: hij had - naar eigen zeggen - zijn linker richtingaanwijzer ontstoken en was de Aalscholverstraat op het moment van de aanrijding al enigszins ingereden. Blijkens de verklaring van de getuige [getuige] is het slachtoffer links van de vrachtwagen gaan rijden terwijl verdachte de bocht al was ingereden. Met andere woorden: eerst nadat verdachte de Aalscholverstraat instuurde zou het slachtoffer haar inhaalmanoeuvre hebben ingezet. Dit is in strijd met genoemd artikellid.
In de tweede lezing wilde het slachtoffer eveneens linksaf slaan. In dat geval had zij zich niet links van die vrachtwagen mogen bevinden, maar had zij achter die vrachtwagen moeten blijven rijden en moeten wachten totdat de vrachtwagen de bocht had voltooid. Het slachtoffer had de vrachtwagen op deze kruising niet mogen inhalen, nu de vrachtwagen de bocht naar links had aangekondigd en al had ingezet.
In beide lezingen treft verdachte geen verwijt, nu er geen aanwijzing is dat het slachtoffer links naast de vrachtwagen is gaan rijden, op een wijze en een moment waarop verdachte haar nog voor het inzetten van de bocht had kunnen opmerken. Mitsdien acht de rechtbank het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
4. Ten aanzien van de benadeelde partij.
Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht -
geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij [benadeelde partij] in de vordering niet-ontvankelijk is.
5. Beslissing:
Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering is.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.D. Bonga - Sigmond, voorzitter,
mrs. C.N. Dalebout en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.B. de Boer, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 november 2002.