ECLI:NL:RBAMS:2003:AF7230
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitvoering voorkeursrecht en levering onroerend goed ondanks hypotheken en beslagen
In deze kortgedingprocedure staat centraal het geschil tussen [eiseres] en Heineken over de uitvoering van een voorkeursrecht op een pand te Maastricht. Eerder had de rechtbank Maastricht geoordeeld dat [eiseres] het pand eerst aan Heineken moest aanbieden alvorens te verkopen, en bij niet-naleving dwangsommen opgelegd. [eiseres] vordert vernietiging of vermindering van deze dwangsommen omdat zij het pand niet vrij van hypotheken en beslagen kan leveren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bevoegdheid tot opheffing van dwangsommen exclusief is voor de rechter die deze heeft opgelegd, en dat de huidige rechter zich niet bevoegd verklaart tot vernietiging of vermindering daarvan. De hypotheken en beslagen die na het beslag van Heineken zijn gevestigd, kunnen niet tegen Heineken worden ingeroepen. [eiseres] moet maatregelen treffen om het pand vrij van rechten te leveren.
De vordering tot opschorting of vermindering van dwangsommen wordt afgewezen. Ook de vordering in reconventie om levering binnen veertien dagen af te dwingen wordt afgewezen omdat het pand nog niet vrij van rechten is. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot vernietiging of opschorting van dwangsommen af en bevestigt dat het pand aan Heineken moet worden geleverd conform het voorkeursrecht.