ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9284
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het uitreiken van GHB aan twee jonge meisjes zonder waarschuwing
Op 11 januari 2003 heeft verdachte in Amsterdam een middel bevattende 4-hydroxyboterzuur (GHB) uitgedeeld aan twee jonge meisjes door het in een glas met vodka en/of jus d'orange te doen en dit glas aan hen te overhandigen zonder hen te informeren over de schadelijke effecten. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van de aangeefsters, een getuige en het aantreffen van een GHB-buisje in de woning van verdachte.
De aangeefsters ervoeren na inname symptomen zoals duizeligheid, misselijkheid en hartkloppingen, wat overeenkomt met de effecten van GHB zoals bevestigd door een deskundige van het NFI. Verdachte was zich bewust van de gevaren van de combinatie van alcohol en GHB, maar verzwijg deze informatie bewust. De rechtbank oordeelde dat verdachte ernstig misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van de meisjes.
De rechtbank wees de vordering van een van de benadeelden af wegens onvoldoende geschiktheid voor behandeling in het strafgeding en verwees haar naar de burgerlijke rechter. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. De straf werd gemotiveerd door de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte, waarbij tevens rekening werd gehouden met reeds ondergane sancties zoals verlies van baan en voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.