ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9291
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Peijpe
- T.P.J. de Graaf
- J. Recourt
- Rechtspraak.nl
Verbod op zichtbare wenkbrauwpiercing voor politieambtenaar gegrond verklaard
Eiser, werkzaam als generalist in opleiding bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, kreeg een verbod opgelegd om een zichtbare wenkbrauwpiercing te dragen tijdens de dienst. Dit verbod werd opgelegd door verweerder, de korpsbeheerder, die stelde dat het dragen van een gelaatspiercing afbreuk doet aan de vereiste autoriteit, representativiteit en veiligheid.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en voerde onder meer aan dat het verbod niet was gebaseerd op materiële wetgeving, dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere sieraden wel werden toegestaan, en dat het verbod een inbreuk maakte op zijn rechten op zelfexpressie en persoonlijke levenssfeer zoals beschermd door internationale verdragen en de Grondwet.
De rechtbank oordeelde dat het verbod geen aantasting vormt van de persoonlijke levenssfeer of het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Verweerder ontleent zijn bevoegdheid aan het werkgeversgezag en de verantwoordelijkheid voor de goede gang van zaken binnen het korps. De motivering van verweerder dat het verbod noodzakelijk is voor het uitstralen van gezag en representativiteit acht de rechtbank niet onredelijk. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat andere vormen van versiering als oorbellen anders worden beoordeeld.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in stand kan blijven en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verbod op het dragen van een zichtbare wenkbrauwpiercing door de politieambtenaar wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.