ECLI:NL:RBAMS:2004:AO1959
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting hash-café op grond van aanwezigheid handelshoeveelheid cocaïne volgens artikel 13b Opiumwet
Eisers exploiteren een hash-café dat op 6 februari 2003 door de burgemeester van Amsterdam werd gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat in het café een persoon met 1,4 gram cocaïne werd aangehouden. Eisers voerden aan dat niet was aangetoond dat de drugs aanwezig waren voor verkoop en dat zij sinds 1992 zonder problemen exploiteren.
De rechtbank overweegt dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs in een voor publiek toegankelijke inrichting voldoende grond is voor sluiting, ongeacht de betrokkenheid of wetenschap van de exploitant. De bestuurspraktijk waarbij een inrichting direct wordt gesloten bij handel in harddrugs wordt als niet onredelijk beoordeeld.
Verder is het betoog dat de sluiting een middel is in het uitsterfbeleid niet onderbouwd en wordt verworpen. Ook de financiële schade en gevolgen voor personeel wegen niet op tegen het belang van de openbare orde. De rechtbank acht het besluit tot sluiting rechtmatig en verklaart het beroep ongegrond.
De exploitant kan bij een eventueel verzoek tot heropening de bedrijfsvoering laten meewegen, maar dat is hier niet aan de orde. De procedure is correct verlopen en de eisers zijn gehoord conform de Awb.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van het hash-café op grond van artikel 13b van de Opiumwet.