ECLI:NL:RBAMS:2005:AT7050
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Salomon
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks gedeeltelijke feiten op Nederlands grondgebied
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 mei 2005 het verzoek tot overlevering van een verdachte aan Oostenrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de arrondissementsrechtbank te Graz. De verdachte wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, feiten die volgens het Oostenrijkse recht strafbaar zijn.
Tijdens de zitting werd het onschuldverweer van de verdachte besproken, waarbij de verdediging stukken overlegde die diens onschuld zouden aantonen. De rechtbank oordeelde echter dat de overleveringsrechter niet bevoegd is om te oordelen over buitenlandse bewijsstukken en dat het onschuldverweer onvoldoende was onderbouwd. Tevens werd vastgesteld dat er geen vermoeden van onschuld bestond.
Hoewel de feiten deels op Nederlands grondgebied zijn gepleegd, wat een weigeringgrond vormt op grond van artikel 13 van Pro de Overleveringswet, besloot de rechtbank op verzoek van de officier van justitie af te zien van deze weigeringgrond vanwege het belang van een goede rechtsbedeling. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Oostenrijk toe ondanks gedeeltelijke feiten op Nederlands grondgebied.