ECLI:NL:RBAMS:2005:AT8151
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 een vordering tot overlevering van een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen in België. Het Europees aanhoudingsbevel (EAB) was uitgevaardigd door de onderzoeksrechter in Brussel.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de verdachte inderdaad de persoon is die in het EAB wordt genoemd, mede op basis van fotovergelijkingen en zijn eigen verklaring. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet de persoon is die genoemd wordt in het EAB, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
Hoewel een deel van het strafbare feit in Nederland is gepleegd, oordeelde de rechtbank dat de overlevering niet geweigerd hoeft te worden op grond van artikel 13 van Pro de Overleveringswet. De officier van justitie had gemotiveerd dat het zwaartepunt van het strafbare feit in België ligt en dat het belang van vervolging daar zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de verdachte.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering is voldaan en stond de overlevering van de verdachte aan België toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek naar drugshandel.