ECLI:NL:RBAMS:2005:AT8155
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering wegens illegale handel in verdovende middelen aan Frankrijk
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 de vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op basis van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
De verdediging voerde aan dat het EAB onduidelijk was over het feit waarop de overlevering betrekking had en dat de opgeëiste persoon in Nederland geworteld was met familie en verblijfplaats. De officier van justitie stelde dat het EAB correct was en dat de feiten vooral in Frankrijk hadden plaatsgevonden, waar ook de medeverdachten waren veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de Franse autoriteiten voldoende garanties hadden gegeven dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon worden gewaarborgd, onder meer door de mogelijkheid tot verzet tegen het verstekvonnis. De rechtbank verwierp het beroep op de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro, gelet op de ernst van de feiten en het belang van goede rechtsbedeling.
Uiteindelijk werd de overlevering toegestaan voor de feiten van illegale handel in verdovende middelen, maar geweigerd voor deelneming aan een criminele organisatie. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe voor illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.