ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0201
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening exclusieve vergunning Gay Pride Amsterdam
Verzoeksters hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Amsterdam om naast verzoekster sub 1 ook vergunninghoudster Pro Gay een evenementenvergunning te verlenen voor activiteiten tijdens de Gay Pride Amsterdam 2005. Verzoeksters stelden dat alleen verzoekster sub 1 de vergunning voor de Gay Pride mocht krijgen en dat de vergunning aan Pro Gay onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelt dat verzoeksters sub 2 tot en met 7 geen rechtstreeks belang hebben bij het besluit en daarom niet ontvankelijk zijn in hun bezwaar. De rechtbank gaat vervolgens in op het spoedeisend belang van verzoekster sub 1 en concludeert dat dit onvoldoende is aangetoond. Er is geen aannemelijk bewijs dat zij door de verleende vergunningen schade lijdt die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
Ook de toekomstige schade die verzoekster sub 1 vreest bij voortzetting van het beleid wordt niet als actueel beschouwd. De rechtbank benadrukt dat de discussie over de uitleg van de Algemene Plaatselijke Verordening en het exclusiviteitsbeginsel buiten het bestek van deze voorlopige voorziening valt.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Er worden geen kosten aan verweerder opgelegd en het griffierecht wordt niet vergoed. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening exclusieve vergunning Gay Pride Amsterdam wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.