ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0462
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte aan België wegens deelname aan criminele organisatie en drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Antwerpen. De verdachte, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke omschrijving in het EAB voldoende duidelijk was en voldeed aan de eisen van artikel 2 van Pro de Overleveringswet. De verdediging voerde aan dat de overlevering geweigerd moest worden wegens onvoldoende feitomschrijving en omdat het strafbare feit deels in Nederland was gepleegd, wat een weigeringsgrond vormt volgens artikel 13 Overleveringswet Pro. De rechtbank verwierp deze verweren, mede omdat de officier van justitie aannemelijk had gemaakt dat het belang van de Belgische vervolging zwaarder woog.
Verder werd vastgesteld dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat de verdachte, indien veroordeeld, zijn straf in Nederland kan ondergaan op basis van garanties van de Belgische autoriteiten. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor het strafrechtelijk onderzoek.