ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0464
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- R.B. Kleiss
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks termijnoverschrijding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2005 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. De opgeëiste persoon, van Poolse nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van diefstal met geweld en braak.
De rechtbank overwoog dat de termijn van artikel 23, tweede lid, Overleveringswet (OLW) door de officier van justitie mogelijk was overschreden, maar dat dit niet leidt tot niet-ontvankelijkheid. De belangen van de opgeëiste persoon waren niet geschaad, mede omdat hij pas eind april 2005 op de hoogte werd gesteld van het EAB en hij eerst een Nederlandse strafzaak moest uitzitten.
De feiten waarvoor overlevering werd gevraagd zijn strafbaar in zowel Polen als Nederland, en de opgeëiste persoon kon zijn onschuld niet aantonen. De rechtbank wees het verweer van de raadsman af en besloot de overlevering toe te staan, waarbij geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe ondanks de termijnoverschrijding.