ECLI:NL:RBAMS:2005:AU1138
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- B.M. Vroom-Cramer
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering Britse verdachte ondanks beroep op artikel 6 OLW-garantie
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Britse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Birmingham Magistrates’ Court. De verdachte, woonachtig en werkzaam in Nederland, voerde aan dat hem als EU-burger de garantie van artikel 6, vijfde lid, OLW toekomt dat hij na veroordeling in Groot-Brittannië teruggebracht zal worden naar Nederland voor strafomzetting.
De rechtbank onderzocht de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en stelde vast dat hij als gemeenschapsonderdaan onder de personele werkingssfeer van het EG-verdrag valt. Echter, Nederland heeft geen rechtsmacht over de feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd, omdat deze in Groot-Brittannië zijn gepleegd en niet onder de Nederlandse strafwet vallen. Hierdoor is artikel 6, vijfde lid, OLW niet van toepassing en kan de gevraagde garantie niet worden geëist.
De feiten betreffen mishandeling en bedreiging, strafbaar in Groot-Brittannië en deels ook in Nederland, maar niet zodanig dat Nederland rechtsmacht heeft. De rechtbank concludeerde dat aan de voorwaarden van de Overleveringswet is voldaan en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom wordt de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Britse verdachte aan Groot-Brittannië toe omdat Nederland geen rechtsmacht heeft over de feiten.