ECLI:NL:RBAMS:2005:AU5464
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-waardebeschikking wegens onjuiste toepassing wijzigingsdatum appartementsrechten
De eiser is eigenaar van een onroerende zaak bestaande uit twee appartementsrechten die in 1999 zijn samengevoegd. Verweerder stelde bij beschikking van 15 november 2004 de WOZ-waarde vast met ingang van 1 januari 2002, gebaseerd op artikel 19, tweede lid, Wet WOZ, omdat volgens verweerder de feitelijke wijziging pas eind 2001 plaatsvond.
Eiser betwist dit en stelt dat de samenvoeging en het overlijden van de bewoonster reeds in 1998 en 1999 plaatsvonden, en dat verweerder hiervan op de hoogte was of had kunnen zijn. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beschikking niet op artikel 19, tweede lid, kan baseren omdat de wijziging vóór het tijdvak heeft plaatsgevonden.
De rechtbank vernietigt daarom de beschikking en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser. De rechtbank wijst erop dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk is voor het verzamelen en bijhouden van de gegevens over onroerende zaken volgens artikel 38 Wet Pro WOZ.
Uitkomst: De WOZ-waardebeschikking van 15 november 2004 wordt vernietigd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.