ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727
Rechtbank Amsterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Curator handelt onzorgvuldig bij faillissementsafwikkeling schepen met preferentie werknemer
A was machinist/stuurman bij C, een bedrijf met meerdere zeeschepen waarop hij werkte. Na het faillissement van C werd A's loonvordering erkend als preferent, doch de curator betaalde de opbrengst van de schepen aan hypotheekhouders in plaats van aan A, ondanks het bijzondere voorrecht van artikel 8:211 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat A recht had op een preferentie boven hypotheekhouders voor zijn loonvordering gerelateerd aan de schepen waarop hij werkte. De curator heeft zijn taak niet naar behoren uitgevoerd door dit voorrecht niet tijdig te erkennen en de opbrengsten aan de banken te betalen, wat onzorgvuldig en onrechtmatig is.
Desondanks concludeert de rechtbank dat A geen schade heeft geleden omdat hij reeds een voorschot ontving en het faillissement nog niet is afgewikkeld, waardoor niet vaststaat dat hij financieel nadeel heeft ondervonden. De vordering tegen de curator wordt daarom afgewezen, maar de onzorgvuldigheid wordt erkend. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tegen de curator wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schade ondanks onzorgvuldig handelen.