ECLI:NL:RBAMS:2006:AV1525
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over parkeervergunningen en betaald parkeren in Prinses Irenebuurt Amsterdam
Eisers, bewoners van de Prinses Irenebuurt te Amsterdam, voerden bezwaar tegen het Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening 2002 en de geldigheidsduur van hun parkeervergunningen. Zij stelden dat hun bezwaren ontvankelijk moesten worden verklaard en dat de invoering van betaald parkeren in strijd was met gemeentelijke garanties.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaarschriften niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan procesbelang. Het bezwaar tegen het Uitwerkingsbesluit werd terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit een algemeen verbindend voorschrift is. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor zover het betrekking had op de vaststelling van de geldigheidsduur van parkeervergunningen en de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde het stadsdeel tot betaling van proceskosten en griffierecht. De besluiten tot invoering van betaald parkeren werden niet als besluit in de zin van de Awb aangemerkt, zodat daarop geen beroep kon worden ingesteld.
De rechtbank kwam niet toe aan verdere beoordeling van de beroepsgronden en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond en deels gegrond; het besluit over proceskostenvergoeding wordt vernietigd en het stadsdeel wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.