ECLI:NL:RBAMS:2006:AW5608
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- J.M.J. Lommen-Van Alphen
- J.C. Boeree
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan België ondanks bezwaren over Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 14 april 2006 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 19 februari 2006. De opgeëiste persoon werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet voldeed aan de vereisten van artikel 2 van Pro de Overleveringswet (OLW), onder meer vanwege onjuiste nationaliteitsvermelding, onduidelijkheid over de feiten en onvoldoende garanties. De rechtbank oordeelde echter dat het EAB en de aanvullende stukken voldoende duidelijkheid boden over de identiteit, de strafbare feiten en de toepasselijke Belgische wetgeving.
Ook werd overwogen dat de waarborgplicht uit artikel 6 OLW Pro, die vereist dat bij veroordeling de straf in Nederland kan worden ondergaan, door de Belgische autoriteiten was gewaarborgd. Hoewel de opgeëiste persoon ook de Nederlandse nationaliteit bezit en belang heeft bij berechting in Nederland, woog het belang van de Belgische vervolging en het feit dat de bewijsmiddelen in België aanwezig zijn zwaarder.
De rechtbank verwierp de weigeringsgrond uit artikel 13 OLW Pro, omdat de officier van justitie aannemelijk had gemaakt dat afzien van deze grond gerechtvaardigd was. Uiteindelijk werd de overlevering toegestaan en uitgesproken dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe.