ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1557
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Weigering van overlevering aan Portugal wegens strafbaar feit deels op Nederlands grondgebied
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 januari 2006 een vordering tot overlevering van een Portugese verdachte aan Portugal op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar invoer van cocaïne. De verdachte werd op 12 september 2005 op Schiphol aangehouden met 2,660 kilogram cocaïne in zijn koffer.
De rechtbank stelde vast dat het strafbare feit geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied had plaatsgevonden, omdat de cocaïne in Nederland onderschept was. Dit feitencomplex vormt het uitgangspunt bij de beoordeling van artikel 13, eerste lid, van de Overleveringswet (OLW). Hoewel de Portugese autoriteiten aangaven niet te willen vervolgen voor de poging tot invoer in Nederland, bleef het feitencomplex ongewijzigd.
De officier van justitie zag ook subsidiair af van een vordering op grond van artikel 13, tweede lid, OLW. Hierdoor kon de rechtbank de overlevering niet toestaan. De overlevering werd geweigerd en de overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Portugal wegens het strafbare feit deels op Nederlands grondgebied.