ECLI:NL:RBAMS:2007:BD3413
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteiten. De opgeëiste persoon werd verdacht van betrokkenheid bij twee transporten van verdovende middelen met Nederland als eindbestemming.
De verdediging voerde een onschuldverweer en stelde dat sprake was van een gestolen identiteit, maar de rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan onderbouwing. Ook werd het beroep op de weigeringgrond van artikel 13 van Pro de Overleveringswet (OLW) afgewezen, omdat de strafbare feiten nagenoeg geheel in Duitsland waren gepleegd en de Duitse rechtsorde het meest was aangetast.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de formele vereisten en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. Tevens werd een terugkeergarantie gegeven dat de opgeëiste persoon een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan uitzitten. Op grond hiervan werd de overlevering toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.