ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1622
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan overlevering aan Frankrijk ondanks beroep op redelijke termijn en humanitaire overwegingen
De rechtbank Amsterdam heeft op 12 mei 2006 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB is uitgevaardigd vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar een vermoedelijk strafbaar feit in Frankrijk, dat ook naar Nederlands recht strafbaar is. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit, heeft betwist schuldig te zijn, maar dit is niet aangetoond tijdens de zitting.
De rechtbank heeft overwogen dat de Franse autoriteiten de noodzakelijke garanties hebben gegeven dat bij een veroordeling de opgeëiste persoon zijn straf in Nederland kan uitzitten. De verdediging voerde aan dat er sprake zou zijn van een flagrante schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar de rechtbank oordeelde dat de Franse rechter deze klacht adequaat kan beoordelen en dat dit voldoende effectief is.
Daarnaast werd een weigering van overlevering op humanitaire gronden bepleit vanwege psychische problematiek en broze gezondheid, maar de rechtbank stelde vast dat dit volgens de Overleveringswet (OLW) een bevoegdheid is van de officier van justitie en niet van de rechter. Gezien het voldoen aan alle wettelijke eisen heeft de rechtbank de overlevering toegestaan.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk toe.