ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1634
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestaan van overlevering aan Duitsland voor executie vrijheidsstraf ondanks verweren
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 mei 2006 de vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland ter executie van een resterende gevangenisstraf van 426 dagen. De opgeëiste persoon was veroordeeld door de rechtbank Hagen en verbleef in Nederland zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hij erkende schuld aan het feit.
De rechtbank overwoog dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is bij overlevering ter executie en verwierp het verweer dat de procedure volgens § 35 Betäubungsmittelgesetz niet in overeenstemming zou zijn met artikel 5 EVRM Pro. De opschorting en opheffing daarvan waren volgens de Duitse wet correct verlopen, en er was geen noodzaak voor rechterlijke toestemming bij opheffing.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering volgens de Overleveringswet was voldaan en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Overlevering aan Duitsland voor executie resterende gevangenisstraf wordt toegestaan.