ECLI:NL:RBAMS:2006:AX1649
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens strijd met artikel 2 tweede lid Overleveringswet en onvoldoende onderzoek identiteit
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 mei 2006 een vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende strafbare feiten, waaronder mensenhandel.
De rechtbank constateerde dat de omschrijving van de feiten in het EAB en de aanvullende stukken onvoldoende concreet was, met name ten aanzien van het feit mensenhandel. Tevens was de identiteit van de opgeëiste persoon niet adequaat onderzocht ondanks aanwijzingen van persoonsverwisseling. De officier van justitie had de verzoekende autoriteit om aanvullende informatie gevraagd, maar de stukken bleken ongenoegzaam.
Gezien het niet voldoen aan de vereisten van artikel 2, tweede lid, Overleveringswet, weigerde de rechtbank de overlevering. De procedure kende een verlenging van de uitspraaktermijn vanwege drukte, en het verzoek tot aanhouding van de behandeling werd afgewezen. De beslissing werd genomen door drie rechters, waarbij de oudste rechter niet kon tekenen.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk wegens strijd met artikel 2 tweede lid Overleveringswet en onvoldoende onderzoek naar identiteit.