ECLI:NL:RBAMS:2006:AX2010
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- M.E. Leijten
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens onvoldoende garantie artikel 12 OLW na verlopen verzettermijn
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 april 2006 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Hof van Beroep Antwerpen. De opgeëiste persoon werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, waarvoor een vrijheidsstraf van vijf jaar was opgelegd.
De verdediging voerde aan dat de verzettermijn tegen het verstekvonnis reeds was verstreken, omdat de opgeëiste persoon feitelijk kennis had genomen van de betekening van het arrest aan de Procureur des Konings. De rechtbank stelde vast dat de advocaat van de opgeëiste persoon het arrest begin februari 2006 had ontvangen en dat de verzettermijn van vijftien dagen sindsdien was verlopen. Hierdoor was geen effectief verzet meer mogelijk.
Hoewel de Belgische autoriteiten in het EAB hadden verklaard dat verzet nog mogelijk was, achtte de rechtbank deze garantie onvoldoende. Gezien het feit dat niet aan de eisen van artikel 12 OLW Pro was voldaan, besloot de rechtbank de overlevering te weigeren en het bevel tot gevangenhouding op te heffen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering omdat de verzettermijn is verstreken en de garantie onvoldoende is.