ECLI:NL:RBAMS:2006:AX3979
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- P.F. Goes
- J.M. van Hall
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voormalig lid Raad van Commissarissen Ahold wegens onvoldoende bewijs financiële verslagleggingsfeiten
De rechtbank Amsterdam heeft op 22 mei 2006 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een voormalig lid van de Raad van Commissarissen van Ahold, die werd verdacht van het opzettelijk onjuist consolideren van jaarrekeningen en het medeplegen van valsheid in geschrifte. De zaak betrof complexe financiële verslagleggingskwesties rondom de consolidatie van ICA Ahold volgens Dutch GAAP en US GAAP.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was geleverd dat de verdachte opzettelijk verkeerde informatie heeft verstrekt in de jaarverslagen en Form 20-F. De verdachte had weliswaar de control- en side letter ondertekend en was betrokken bij de consolidatieproblematiek, maar het was niet bewezen dat hij wist van de noodzaak van de control letter voor consolidatie onder US GAAP of dat hij bewust leiding gaf aan valsheid in geschrifte.
Daarnaast verwierp de rechtbank de nietigheidsverweren van de verdediging tegen de dagvaarding en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk. De vorderingen van benadeelde partijen werden eveneens niet ontvankelijk verklaard wegens de complexiteit en onduidelijkheid over directe schadeoorzaak.
De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden aan de ten laste gelegde feiten en sprak hem vrij. Hiermee werd een einde gemaakt aan een langdurige en complexe strafprocedure over financiële verslaglegging en consolidatie bij Ahold.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke onjuiste consolidatie en valsheid in geschrifte.