ECLI:NL:RBAMS:2006:AX8635
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- B.M. Vroom-Cramer
- E. van Sliedregt
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens lopend strafrechtelijk onderzoek in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens betrokkenheid bij illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon wordt in Nederland verdacht van dezelfde feiten als waarvoor de overlevering wordt gevraagd.
De rechtbank stelde vast dat er een parallel lopend strafrechtelijk onderzoek in Nederland is, waarbij de officier van justitie bereid is de vervolging te staken, maar dat geen formele opdracht tot staken van vervolging door de Minister van Justitie is verstrekt. De medische situatie van de opgeëiste persoon en een ingediend klaagschrift hadden geen schorsende werking op de overleveringsprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering op grond van artikel 9, eerste lid, sub a, van de Overleveringswet (OLW) moet worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon in Nederland wordt vervolgd voor dezelfde feiten. Ook de overige verweren werden niet gegrond verklaard. De overlevering werd derhalve geweigerd en het bevel tot gevangenhouding opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk wegens een lopend strafrechtelijk onderzoek in Nederland.