ECLI:NL:RBAMS:2006:AY5645
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot behandeling Turks uitleveringsverzoek en toestemming overlevering aan Duitsland
De zaak betreft een gedetineerde die zowel in Duitsland als Turkije wordt vervolgd voor handel in verdovende middelen. Duitsland heeft meerdere Europese aanhoudingsbevelen uitgevaardigd en verzocht om overlevering. Turkije heeft eveneens een uitleveringsverzoek ingediend, maar dit verzoek is nog niet in behandeling genomen.
De eiser vordert dat de Nederlandse Staat het Turkse verzoek in behandeling neemt en de overlevering aan Duitsland opschort. De rechtbank oordeelt dat de schending van artikel 36 van Pro het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen niet leidt tot het niet in behandeling nemen van het Turkse verzoek of tot een verbod op overlevering aan Duitsland.
De rechtbank stelt dat de Minister van Justitie in redelijkheid heeft kunnen besluiten het Turkse verzoek niet te behandelen en overlevering aan Duitsland toe te staan, mede omdat de Duitse verzoeken eerder zijn ingediend en de strafbare feiten vooral de Duitse rechtsorde raken. De vordering wordt afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om het Turkse uitleveringsverzoek in behandeling te nemen en de overlevering aan Duitsland te verbieden wordt afgewezen.