ECLI:NL:RBAMS:2006:AY9780
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.J. de Graaf
- J.F.A.M. Graafland
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassing artikel 48 Verordening sociale zekerheid bij verblijf buiten EU
Eiser, met Britse nationaliteit, werkte en was verzekerd in Nederland en Denemarken, maar woont sinds 1978 in de Verenigde Staten. Hij vroeg een AOW-pensioen aan, waarbij slechts een deel werd toegekend omdat de Sociale Verzekeringsbank geen rekening hield met zijn in Denemarken opgebouwde verzekeringstijd. De rechtbank onderzoekt of artikel 48, tweede lid, van Verordening 1408/71 ook geldt voor werknemers die bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd buiten de EU wonen.
De rechtbank overweegt dat de Verordening bedoeld is om het vrije verkeer van werknemers binnen de EU te bevorderen, en dat het uitsluiten van personen die buiten de EU wonen het nuttige effect van de regeling zou ondermijnen. Hoewel het EG-Verdrag territoriaal beperkt is tot lidstaten, blijkt uit jurisprudentie dat onder omstandigheden het gemeenschapsrecht ook deels buiten het grondgebied kan gelden.
De rechtbank concludeert dat het ontbreken van een woonvereiste in artikel 48 kan Pro betekenen dat de regeling ook geldt voor personen die buiten de EU wonen, mits zij in lidstaten verzekerd zijn geweest. De rechtbank legt daarom een prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie om hierover definitief te oordelen.
Uitkomst: De rechtbank verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing over de toepassing van artikel 48 Verordening 1408/71 bij verblijf buiten de EU.