ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ5732
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na verkeersongeval met discussie over postwhiplash-syndroom en klachten
Op 6 november 1997 was eiser A betrokken bij een frontaal verkeersongeval, waarbij de aansprakelijkheid door verzekeraar Winterthur werd erkend. A stelt materiële en immateriële schade te lijden door een postwhiplash-syndroom en andere klachten, waaronder nekpijn, hoofdpijn en concentratiestoornissen.
Deskundigenrapporten van neurologen J en K geven uiteenlopende conclusies over de aard en oorzaak van de klachten. J acht de klachten reëel en als ongevalsgevolg, met een beperkte blijvende invaliditeit, terwijl K stelt dat er geen objectief medisch substraat is en de klachten een extrasomatische basis hebben. De rechtbank waardeert het rapport van J hoger vanwege de onderbouwing en steun uit medische dossiers.
De rechtbank stelt vast dat knieklachten niet als ongevalsgevolg worden aangemerkt. Voor de overige klachten is het bewijs geleverd dat deze aanwezig zijn en mogelijk ongevalsgerelateerd. Echter, omdat Winterthur de reële aard van de klachten betwist, benoemt de rechtbank een psychiater als deskundige om hierover te adviseren.
De procedure wordt aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht van de psychiater, waarbij partijen elk de helft van de kosten voorschieten. De rechtbank benadrukt het belang van hoor en wederhoor en stelt duidelijke voorwaarden voor het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een aanvullend psychiatrisch deskundigenonderzoek en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.