ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ6723
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig executoriaal beslag op woonboot wegens hangend kwijtscheldingsverzoek
A heeft op 3 februari 2005 een verzoek tot kwijtschelding van alle openstaande aanslagen ingediend bij de Ambtenaar van de Dienst Belastingen van de Gemeente Amsterdam. De Ambtenaar heeft dit verzoek niet volledig behandeld en slechts een deel, de combi aanslag 2004, afgewezen. Ondertussen heeft de Ambtenaar executoriaal beslag gelegd op de woonboot van A op 23 februari 2006 en 9 maart 2006, terwijl het kwijtscheldingsverzoek nog aanhangig was.
De rechtbank oordeelt dat het leggen van executoriaal beslag terwijl het verzoek om kwijtschelding nog niet is beslist, in strijd is met het beleid van de Ambtenaar en het zorgvuldigheidsbeginsel. Er was geen sprake van vrees voor verduistering, mede omdat A de woonboot zelf mocht verkopen. Daarnaast is het beroep van A op verjaring van de aanslagen afgewezen omdat de Ambtenaar de verjaringstermijn tijdig heeft gestuit.
De rechtbank verklaart het verzet van A gegrond voor wat betreft het onrechtmatig gelegde beslag en beveelt opheffing van het beslag. Tevens wordt de Ambtenaar veroordeeld binnen zes weken na dagtekening van het vonnis een schriftelijk besluit te nemen op het verzoek om kwijtschelding van alle aanslagen, uitgezonderd de combi aanslag 2004. De kosten van de procedure worden tussen partijen verdeeld.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de woonboot wordt opgeheven en de Belastingdienst moet binnen zes weken een schriftelijk besluit nemen op het kwijtscheldingsverzoek.