ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ7097
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.R.J.M. Vermolen
- B.M. Vroom-Cramer
- C. Klomp
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland ondanks voorkeur opgeëiste persoon voor berechting in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 december 2006 de vordering tot overlevering van een Turkse verdachte aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel van 11 augustus 2006. De verdachte bekende gedeeltelijk zijn rol in drugshandel, maar verzocht om in Nederland te worden berecht vanwege zijn bemiddelende rol hier.
De rechtbank constateerde dat een deel van de feiten gedeeltelijk in Nederland was gepleegd, wat een weigeringgrond op grond van artikel 13 OLW Pro kan opleveren. De officier van justitie voerde echter aan dat vanwege de goede rechtsbedeling overlevering aan Duitsland de voorkeur verdient, mede omdat de medeverdachte in Duitsland wordt vervolgd en bewijsmiddelen daar aanwezig zijn.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de verdachte onvoldoende waren onderbouwd om af te wijken van de weigeringgrond en dat de overlevering aan Duitsland toegestaan kon worden. Tevens werd de afgifte van het inbeslaggenomen paspoort aan de Duitse autoriteiten bevolen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe en beveelt afgifte van het paspoort.