ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ7485
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van verdachte aan Duitsland wegens fraude en oplichting
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 december 2006 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een verdachte aan Duitsland. De verdachte wordt verdacht van 207 strafbare feiten, waaronder fraude, oplichting en vervalsing van administratieve documenten, zoals omschreven in het Duitse strafrecht en vertaald naar het Nederlandse recht. De rechtbank heeft vastgesteld dat het Europees aanhoudingsbevel (EAB) voldoet aan de wettelijke eisen en dat de feiten voldoende concreet zijn omschreven.
De verdachte heeft onschuld aangevoerd, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting. De rechtbank verwierp het verweer dat de overlevering op grond van de onschuldpresumptie moest worden geweigerd. Tevens is een terugkeergarantie afgegeven door de Duitse autoriteiten, zodat de verdachte een eventuele onvoorwaardelijke gevangenisstraf in Nederland kan uitzitten.
Hoewel een deel van de feiten deels op Nederlands grondgebied is gepleegd, heeft de officier van justitie verzocht af te zien van de weigeringgrond op basis van goede rechtsbedeling. De rechtbank acht dit verzoek redelijk en wijst de overlevering toe. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor strafrechtelijke vervolging.