ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ7643
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan België ondanks deels gepleegde feiten in Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 december 2006 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen, met feiten deels gepleegd in Nederland en België.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van de goede procesorde door het Openbaar Ministerie, onrechtmatige aanhouding, en de stelling dat de feiten deels in Nederland waren gepleegd waardoor overlevering geweigerd zou moeten worden. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat er geen sprake was van vervolging in Nederland en de Belgische vervolging de voorkeur verdient uit oogpunt van goede rechtsbedeling.
Ook het bezwaar tegen overdracht van in beslag genomen goederen werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat aan alle wettelijke eisen van de Overleveringswet was voldaan en stond de overlevering toe. Tevens werd bevolen de in beslag genomen voorwerpen aan de Belgische autoriteiten af te geven.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe en beveelt de afgifte van in beslag genomen goederen.