ECLI:NL:RBAMS:2006:BA1266
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergoeding griffierecht wegens gebrekkige motivering uitspraak bezwaar
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en voerde aan dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten niet passend waren en dat de vervuilde tuin niet voldoende was meegewogen. Verweerder baseerde de waarde op een overzicht van taxatiewaarden met vergelijkingsobjecten die volgens de rechtbank een goede afspiegeling van de markt vormen. De rechtbank oordeelde dat de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning niet zodanig waren dat deze onbruikbaar waren.
Eiser verwees naar een arrest van de Hoge Raad over waardedrukkende effecten van publiekrechtelijke beperkingen, maar slaagde er niet in concreet aan te tonen dat dit de gehanteerde vergelijkingsobjecten ongeschikt maakte. Ook de stelling dat de woning onderdeel is van een ongesplitste onroerende zaak en dat de waardering daardoor onjuist zou zijn, werd verworpen op grond van de Wet WOZ.
Verder wees de rechtbank erop dat de mogelijke toekomstige koppeling van huur aan WOZ-waarde geen invloed heeft op de waarde per peildatum. De rechtbank was niet bevoegd om de wet zelf te toetsen. Wel vond de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd, omdat niet duidelijk was hoe de waarde van €219.000 was vastgesteld. Dit leidde tot een gelaste vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vernietiging van de WOZ-waarde af, maar gelastte de gemeente de griffierechtkosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €219.000 wordt gehandhaafd, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.