ECLI:NL:RBAMS:2006:BA1448
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerende-zaakbelasting 2005
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per waardepeildatum 1 januari 2003, die door verweerder is vastgesteld op € 327.500 en na bezwaar verlaagd tot € 285.500. Eiser meent dat de waarde te hoog is en stelt een waarde van € 228.000 voor, onder meer vanwege een onpraktische indeling en overlast van busverkeer en parkeerders.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatieverslag waarin vergelijkingsobjecten zijn opgenomen, die verschillen van de woning maar toch als uitgangspunt kunnen dienen. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in woonoppervlak, indeling en ligging, wat blijkt uit de lagere waarde per vierkante meter die is toegepast.
De rechtbank stelt vast dat de door eiser genoemde waardedrukkende omgevingsfactoren reeds in de waardebepaling zijn verwerkt en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat deze factoren een grotere waardevermindering rechtvaardigen. De enkele verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad en de wettelijke fictie van appartementsrechtssplitsing zijn onvoldoende om het beroep gegrond te achten.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 11 december 2006 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelasting 2005 wordt ongegrond verklaard.