ECLI:NL:RBAMS:2006:BB1347
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde belemmering door tewerkstellingsvergunningen voor Poolse dienstverleners
Eiser schakelde een Pools bedrijf in voor dakreparaties en beschikte over tewerkstellingsvergunningen voor de Poolse werknemers tot 8 april 2005. Na het verstrijken van deze vergunningen vroeg eiser verlenging aan, maar tijdens de controle op 11 april 2005 beschikte hij niet over geldige vergunningen, waarna een boete werd opgelegd.
Eiser stelde dat de eis van tewerkstellingsvergunningen voor Poolse dienstverleners een ongerechtvaardigde belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten zoals beschermd door artikel 49 van Pro het EG-Verdrag. De rechtbank bevestigde dat deze eis een beperking inhoudt omdat de vergunningen tijdig moeten worden aangevraagd, verschillende documenten en kosten met zich meebrengen en specifiek zijn voor dienst, dienstverlener, werkgever, plaats en periode.
De rechtbank oordeelde dat deze beperking niet proportioneel is en niet gerechtvaardigd kan worden door de door verweerder aangevoerde doelen zoals controle op misbruik van de vrijheid van dienstverlening en sociale bescherming. Minder belemmerende maatregelen zijn mogelijk, zoals kennisgeving aan lokale autoriteiten en controles tijdens of na de dienst.
Daarom verklaarde de rechtbank artikel 2, eerste lid, van de WAV onverbindend voor Poolse dienstverrichters en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de eis van tewerkstellingsvergunningen voor Poolse dienstverleners ongerechtvaardigd en vernietigt het boetebesluit.