ECLI:NL:RBAMS:2006:BD2853
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek wegens onvoldoende feitomschrijving in Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische autoriteiten. Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar een vermeende betrokkenheid bij een drugstransport met hasj in de haven van Antwerpen.
De verdediging voerde aan dat de feitomschrijving in het EAB onvoldoende concreet was en dat er mogelijk sprake was van persoonsverwisseling, omdat de opgeëiste persoon niet overeenkomt met de in het EAB genoemde Pakistaanse verdachte. De rechtbank constateerde dat de feitomschrijving niet voldeed aan de eisen van de Overleveringswet, met name omtrent de plaats en tijd van het strafbare feit en de bescherming van de specialiteit.
Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen te stellen aan de Belgische justitiële autoriteiten. De procedure werd geschorst totdat de benodigde aanvullende informatie is ontvangen, om zo een zorgvuldige beoordeling van de overleveringsverzoek mogelijk te maken.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en schorst de procedure totdat nadere informatie over de feitelijke omstandigheden en identiteit is verkregen.