ECLI:NL:RBAMS:2006:BD2929
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor drugshandel ondanks verweer terugkeergarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 december 2006 het verzoek tot overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon, met Turkse nationaliteit en verblijvend in Nederland, voerde onschuldverweer en stelde dat hij recht had op een terugkeergarantie volgens artikel 6, vijfde lid, van de Overleveringswet (OLW).
De rechtbank verwierp dit verweer omdat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had aangegeven dat de opgeëiste persoon naar verwachting zijn verblijfsrecht in Nederland zal verliezen door een mogelijke veroordeling. Verder werd overwogen dat slechts een deel van het strafbare feit op Nederlands grondgebied was gepleegd en dat de Duitse autoriteiten het strafrechtelijk onderzoek en vervolging reeds hadden aangevangen.
De rechtbank achtte het belang van de Duitse justitiële autoriteiten bij vervolging zwaarder dan het belang van de opgeëiste persoon bij berechting in Nederland, ondanks het verblijf van zijn kind in Nederland. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe ondanks het verweer van terugkeergarantie.