ECLI:NL:RBAMS:2006:BD2936
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vemolen
- C. Klomp
- B.M. Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens grove veronachtzaming belangen opgeëiste persoon bij Europees aanhoudingsbevel
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten voor tien strafbare feiten. Het EAB dateert van september 2004, maar werd pas in augustus 2006 door het parket in behandeling genomen. De opgeëiste persoon verkeerde daardoor ruim twee jaar in onzekerheid over zijn situatie.
De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens de extreme termijnoverschrijding en de gevolgen daarvan voor de opgeëiste persoon, onder meer vanwege zijn slechte gezondheid en onduidelijkheid over eerdere veroordelingen. De officier van justitie gaf toe dat het dossier lange tijd onbewerkt bleef door personeelswisselingen en dat er geen onderzoek was gedaan naar de gezondheid of detentiegeschiktheid van de opgeëiste persoon.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen sprake was van doelbewust handelen, de grove veronachtzaming van belangen van de opgeëiste persoon zijn recht op een behoorlijke behandeling van de zaak schaadde. De termijnoverschrijding was extreem en er was onvoldoende actie ondernomen om de zaak voortvarend te behandelen. Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot in behandeling nemen van het EAB.
De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens grove veronachtzaming van de belangen van de opgeëiste persoon en extreem lange termijnoverschrijding.