ECLI:NL:RBAMS:2006:BD3842
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Duitsland voor drugshandel, behalve handel in hasjiesj wegens verjaring
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering van een Duitse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van de Duitse autoriteiten. De verdachte wordt verdacht van drugshandel, deels gepleegd op Nederlands grondgebied. De verdediging stelde dat de overlevering geweigerd moest worden wegens overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van een effectieve rechtsmiddel in Duitsland.
De rechtbank overwoog dat het tijdsverloop niet volledig aan de Duitse autoriteiten kan worden toegerekend, aangezien de verdachte zich in Nederland ophield zonder correcte adresgegevens door te geven. Bovendien kan de verdachte in Duitsland een beroep doen op het EVRM met betrekking tot de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat er geen flagrante schending van rechten is die een effectieve rechtsmiddel uitsluit.
De rechtbank wees de overlevering toe voor de drugshandel, met uitzondering van de handel in hasjiesj, waarvoor in Nederland rechtsmacht bestaat maar vervolging is verjaard. De rechtbank verwierp het onschuldverweer van de verdachte en achtte de overlevering passend onder de toepasselijke bepalingen van de Overleveringswet.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk. De verdachte werd overgeleverd aan de Duitse autoriteiten voor het strafrechtelijk onderzoek, met uitzondering van de handel in hasjiesj.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering toe voor drugshandel, behalve voor handel in hasjiesj wegens verjaring.